Verkeersregels · bus en bushalte
Binnen de bebouwde kom moeten bestuurders een autobus gelegenheid geven om van een bushalte weg te rijden als de chauffeur dit met de richtingaanwijzer aangeeft. Buiten de bebouwde kom geldt deze bijzondere regel niet.
Rijd je als bestuurder binnen de bebouwde kom op de weg langs de halte en geeft de chauffeur van een autobus met de richtingaanwijzer aan dat hij van de bushalte wil wegrijden? Dan moet je de autobus gelegenheid geven om te vertrekken. Dat betekent dat je op tijd snelheid vermindert en zo nodig stopt. Artikel 56 RVV geeft de autobus geen algemeen recht om in iedere situatie als eerste te gaan. Voor een bestuurder die vanuit een nabijgelegen zijweg nadert, gelden de gewone regels voor kruispunten en afslaan. Buiten de bebouwde kom, of als het vereiste richtingteken ontbreekt, geldt de bijzondere verplichting van artikel 56 niet.
De zin “een bus heeft altijd voorrang” is dus te ruim. De wet gebruikt bovendien het begrip autobus. Volgens artikel 1 RVV is dat een motorvoertuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder niet meegerekend. Een lijnbus en een touringcar kunnen daaronder vallen. Een motorvoertuig dat is ingericht voor maximaal acht personen naast de bestuurder, is voor deze regel geen autobus.
Artikel 56 RVV gaat specifiek over het wegrijden van een autobus vanaf een bushalte binnen de bebouwde kom. De komgrens, de halte, het voertuig, de richtingaanwijzer, jouw positie op de weg en de wettelijke uitzonderingen bepalen samen welke regel geldt.
De regel in één overzicht
| Situatie | Welke regel geldt? | Wettelijke basis |
|---|---|---|
| Binnen de bebouwde kom, een autobus wil van een bushalte wegrijden en geeft dit aan met de richtingaanwijzer | Bestuurders op de weg langs de halte die het vertrek anders zouden belemmeren, geven de autobus gelegenheid om weg te rijden. | Artikel 56 lid 1 RVV |
| Binnen de bebouwde kom, maar het vereiste richtingteken ontbreekt | De bijzondere verplichting uit artikel 56 geldt niet. Bij het wegrijden moet de autobus het overige verkeer voor laten gaan. De chauffeur is bovendien verplicht richting aan te geven. | Artikelen 54, 55 en 56 RVV |
| Buiten de bebouwde kom, ook als de autobus richting aangeeft | Artikel 56 geldt niet. Bij het wegrijden laat de autobus het overige verkeer voor gaan. | Artikel 54 RVV |
| Een bestuurder nadert vanuit een nabijgelegen zijweg | Artikel 56 bepaalt niet automatisch wie als eerste gaat. De gewone regels voor kruispunten, voorrang en afslaan blijven beslissend. | Artikelen 15 en 18 RVV; officiële toelichting bij de invoering van de busregel |
| Een motorvoertuig behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen die aan de wettelijke voorwaarden voldoet | De bestuurder hoeft de autobus op grond van artikel 56 geen gelegenheid te geven om weg te rijden. | Artikel 56 lid 2 RVV |
| Een voorrangsvoertuig nadert met de voorgeschreven optische en geluidssignalen | Alle weggebruikers, dus ook de autobusbestuurder, moeten het voorrangsvoertuig voor laten gaan. | Artikelen 29 en 50 RVV |
| Passagiers stappen aan de zijde van een stilstaande tram of autobus in of uit | Bestuurders die het voertuig aan die zijde willen voorbijrijden, moeten de passagiers gelegenheid geven om in of uit te stappen. | Artikel 52 RVV |
Wanneer moet je de autobus ruimte geven?
Loop deze vijf basisvragen na. Daarna controleer je of een wettelijke uitzondering of een andere verkeersregel voorgaat.
Binnen de bebouwde kom?
De bebouwde kom begint bij bord H1 en eindigt bij bord H2. De bebouwing of de plaatselijke maximumsnelheid bepaalt de wettelijke komgrens niet.
Vanaf een bushalte?
Artikel 56 gaat over een autobus die van een bushalte wil wegrijden. Het artikel geldt niet voor ieder voertuig dat vanaf de rijbaan, een parkeerplaats of een andere locatie vertrekt.
Is het juridisch een autobus?
Het voertuig moet zijn ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder niet meegerekend. De regel is niet beperkt tot lijnbussen; ook een touringcar kan een autobus zijn.
Richtingaanwijzer aan?
De chauffeur moet met de richtingaanwijzer kenbaar maken dat hij van de bushalte wil wegrijden. Zonder dit teken is niet voldaan aan artikel 56.
Ben jij een betrokken bestuurder?
Artikel 56 richt zich tot bestuurders. Rijd je op de weg langs de halte en zou je het vertrek belemmeren, dan kan de verplichting gelden. Nader je uitsluitend vanuit een nabijgelegen zijweg, dan gelden de gewone kruispuntregels.
Dat is niet hetzelfde als een onbeperkt of absoluut voorrangsrecht. Uit de officiële toelichting volgt dat bestuurders hun snelheid verminderen en zo nodig stilstaan om de autobus daadwerkelijk te laten vertrekken. Anticipeer op tijd en voorkom dat plotseling remmen een gevaarlijke situatie veroorzaakt.
Waarom geldt artikel 54 niet op dezelfde manier binnen en buiten de bebouwde kom?
Artikel 54 RVV noemt wegrijden als een bijzondere manoeuvre. De algemene regel is dat een bestuurder die een bijzondere manoeuvre uitvoert het overige verkeer voor laat gaan. Voor het vertrek van een autobus vanaf een bushalte binnen de bebouwde kom heeft de wetgever echter de specifieke regeling van artikel 56 ingevoerd.
De officiële toelichting bij de invoering van deze busregel maakt duidelijk dat de algemene regel voor wegrijden niet daarnaast als een tegengestelde regel op precies hetzelfde, door artikel 56 geregelde vertrek wordt toegepast. Buiten de bebouwde kom geldt artikel 56 niet. Ook als het vereiste richtingteken ontbreekt, kan de autobus zich niet op artikel 56 beroepen en geldt bij het wegrijden de algemene regel van artikel 54.
De bijzondere positie van de autobus ontslaat de chauffeur nooit van zijn verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid. Artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 verbiedt gedrag waardoor gevaar of hinder op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt. De autobuschauffeur mag dus niet zonder voldoende controle wegrijden omdat de richtingaanwijzer aanstaat.
Een knipperlicht alleen is niet genoeg. Controleer ook de komgrens, of het voertuig juridisch een autobus is, of het werkelijk van een bushalte vertrekt, vanuit welke richting jij nadert en of een uitzondering of andere verkeersregel van toepassing is.
Moet een fietser, bromfietser of snorfietser de autobus ook laten gaan?
Fietsers, bromfietsers en snorfietsers zijn bestuurders in de zin van artikel 1 RVV. Rijden zij op de weg langs de halte en zijn de voorwaarden van artikel 56 vervuld, dan moeten ook zij de autobus gelegenheid geven om weg te rijden.
De positie op de weg blijft wel belangrijk. Nadert een fietser of bromfietser vanuit een nabijgelegen zijweg, dan bepaalt artikel 56 niet automatisch de uitkomst. In dat geval beoordeel je de gewone regels voor het kruispunt, verkeersborden, verkeerstekens en eventueel afslaan.
En wat gebeurt er als een voetganger voor de autobus langs loopt?
Een voetganger is volgens artikel 1 RVV geen bestuurder. Artikel 56 legt daarom geen verplichting op aan een voetganger om een autobus gelegenheid te geven van de bushalte weg te rijden.
Daaruit volgt niet dat een voetganger in iedere denkbare situatie automatisch als eerste gaat, en ook niet dat de autobus zonder meer mag vertrekken. Je moet naar de overige verkeersregels en de concrete situatie kijken. Bij een voetgangersoversteekplaats geldt bijvoorbeeld artikel 49. Als de autobus afslaat, kan artikel 18 van toepassing zijn. Loopt iemand al direct voor de autobus, dan wacht de chauffeur totdat veilig kan worden weggereden; gevaar of hinder veroorzaken is verboden op grond van artikel 5 WVW.
Passagiers die in- of uitstappen: een andere regel
Artikel 52 RVV gaat niet over het wegrijden van de autobus, maar over passagiers. Bestuurders die een stilstaande tram of autobus willen voorbijrijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen, moeten die passagiers daartoe gelegenheid geven.
Artikel 52 bevat geen beperking tot binnen de bebouwde kom. Kijk daarom eerst of mensen nog in- of uitstappen. Pas daarna beoordeel je of de autobus wil wegrijden en of artikel 56 van toepassing is.
De wettelijke uitzonderingen en voorrangsvoertuigen
Artikel 56 lid 2 maakt een uitzondering voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen. Voor een uitvaartstoet gelden de wettelijke definitie en herkenningstekens. Alleen een groep auto’s die feitelijk achter elkaar rijdt, is dus niet automatisch een uitvaartstoet van motorvoertuigen in de zin van het RVV.
Daarnaast geldt artikel 50 RVV: weggebruikers moeten bestuurders van een voorrangsvoertuig voor laten gaan. Een ambulance, politievoertuig of brandweervoertuig is voor deze regel alleen een voorrangsvoertuig wanneer het de voorgeschreven optische en geluidssignalen voert. Ook een autobus die van een halte wil wegrijden, moet zo’n voertuig voor laten gaan.
Voorbeelden: wachten of doorrijden?
| Voorbeeld | Beoordeling | Waarom? |
|---|---|---|
| Je rijdt binnen de bebouwde kom op de weg langs de halte. Een autobus bij de bushalte zet de richtingaanwijzer aan om weg te rijden. | Geef de autobus gelegenheid om te vertrekken. | De voorwaarden van artikel 56 lid 1 zijn vervuld. |
| Dezelfde situatie, maar bord H2 stond vóór de bushalte. | De autobus laat bij het wegrijden het overige verkeer voor gaan. | De bushalte ligt buiten de bebouwde kom; artikel 56 geldt daar niet. |
| De autobus staat binnen de bebouwde kom bij de halte, maar geeft geen richting aan. | De autobus kan zich niet op artikel 56 beroepen. | Het richtingteken is een wettelijke voorwaarde. Bij het wegrijden geldt artikel 54. |
| Een fietser rijdt binnen de bebouwde kom op de weg langs de halte en de autobus geeft richting aan. | De fietser geeft de autobus gelegenheid om weg te rijden. | Een fietser is een bestuurder in de zin van het RVV. |
| Een fietser nadert vanuit een zijweg naast de bushalte. | Beoordeel de gewone kruispunt- en afslagregels. | Artikel 56 bepaalt voor een bestuurder uit een nabijgelegen zijweg niet automatisch wie als eerste gaat. |
| Een voetganger loopt al direct voor de autobus langs terwijl de chauffeur wil vertrekken. | De chauffeur wacht totdat veilig kan worden weggereden. | Artikel 56 richt zich niet tot voetgangers. De chauffeur mag geen gevaar of hinder veroorzaken en moet andere toepasselijke regels naleven. |
| Een wettelijk herkenbare uitvaartstoet van motorvoertuigen passeert de halte. | De bestuurders in de uitvaartstoet hoeven de autobus op grond van artikel 56 niet te laten vertrekken. | Artikel 56 lid 2 bevat hiervoor een uitdrukkelijke uitzondering. |
| Een ambulance nadert met blauwe zwaailichten en de tweetonige hoorn. | Laat het voorrangsvoertuig voor gaan. | Artikel 50 geldt voor alle weggebruikers, ook voor de autobuschauffeur. |
Zo los je deze situatie stap voor stap op
Bepaal de komgrens
H1 betekent dat de bebouwde kom begint; H2 betekent dat deze eindigt.
Controleer voertuig en halte
Is het juridisch een autobus en wil de chauffeur werkelijk vanaf een bushalte vertrekken?
Bekijk de richtingaanwijzer
Zonder het vereiste richtingteken is niet voldaan aan artikel 56.
Bepaal jouw positie
Rijd je op de weg langs de halte of nader je vanuit een zijweg? Vanuit een nabijgelegen zijweg gelden de gewone kruispuntregels.
Controleer andere regels
Let op in- en uitstappende passagiers, voetgangers, verkeersborden, voorrangsvoertuigen en de uitzonderingen voor militaire colonnes en uitvaartstoeten.
Controleer daarna altijd je positie en de uitzonderingen. Artikel 56 bepaalt niet automatisch de situatie voor een bestuurder uit een nabijgelegen zijweg. Motorvoertuigen in een militaire colonne of wettelijke uitvaartstoet vallen onder lid 2, en een voorrangsvoertuig moet altijd worden voorgelaten.
Veelgestelde vragen over een bus bij een bushalte
Moet je een bus altijd voor laten gaan als hij bij een halte wegrijdt?
Nee. Artikel 56 geldt wanneer een autobus binnen de bebouwde kom van een bushalte wil wegrijden en de chauffeur dit met de richtingaanwijzer aangeeft. Ook je positie en de wettelijke uitzonderingen kunnen van belang zijn.
Heeft een autobus buiten de bebouwde kom voorrang bij het wegrijden?
Nee. Buiten de bebouwde kom geldt artikel 56 RVV niet. Bij het wegrijden voert de chauffeur een bijzondere manoeuvre uit en moet hij volgens artikel 54 het overige verkeer voor laten gaan.
Moet de autobus richting aangeven bij het wegrijden?
Ja. Artikel 55 verplicht de chauffeur bij het wegrijden een richtingteken te geven. Voor artikel 56 is specifiek vereist dat de chauffeur met de richtingaanwijzer kenbaar maakt van de bushalte te willen wegrijden.
Geldt artikel 56 alleen voor lijnbussen?
Nee. Het RVV gebruikt het begrip autobus: een motorvoertuig dat is ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder niet meegerekend. Ook een touringcar kan dus onder artikel 56 vallen als hij van een bushalte wegrijdt en aan de overige voorwaarden is voldaan.
Moet een fietser of bromfietser een vertrekkende autobus ruimte geven?
Ja, wanneer hij als bestuurder op de weg langs de halte rijdt en de voorwaarden van artikel 56 zijn vervuld. Nadert hij vanuit een nabijgelegen zijweg, dan gelden de gewone regels voor het kruispunt en bepaalt artikel 56 niet automatisch de uitkomst.
Geldt artikel 56 voor een bestuurder die uit een zijweg komt?
Niet automatisch. Volgens de officiële toelichting heeft de verplichting om een autobus van een bushalte te laten wegrijden geen betrekking op bestuurders die vanuit een nabijgelegen zijweg naderen. In die situatie gelden de gewone kruispunt-, voorrangs- en afslagregels.
Moet een voetganger een vertrekkende autobus voor laten gaan?
Artikel 56 verplicht een voetganger daar niet toe, omdat een voetganger volgens het RVV geen bestuurder is. Wie in de concrete situatie als eerste gaat, hangt af van andere toepasselijke regels en de feitelijke positie. De autobuschauffeur mag in ieder geval geen gevaar of hinder veroorzaken.
Mag je langs een autobus rijden terwijl passagiers in- of uitstappen?
Alleen als je de passagiers gelegenheid geeft om in of uit te stappen. Artikel 52 geldt wanneer je een stilstaande tram of autobus wilt voorbijrijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen.
Welke uitzonderingen staan in artikel 56 lid 2?
De verplichting uit artikel 56 lid 1 geldt niet voor bestuurders van een motorvoertuig dat behoort tot een militaire colonne of een uitvaartstoet van motorvoertuigen die aan de wettelijke voorwaarden voldoet.
Wat gebeurt er als een voorrangsvoertuig nadert?
Weggebruikers moeten een voorrangsvoertuig voor laten gaan. Dat geldt ook voor een autobuschauffeur die van een bushalte wil wegrijden. Het voertuig moet daarvoor de voorgeschreven optische en geluidssignalen voeren.
Leer verkeersregels vanuit de volledige situatie
Bij een vertrekkende autobus draait het niet om één los voorrangsrijtje. Je kijkt naar de komgrens, de halte, het voertuig, de richtingaanwijzer, jouw positie en de andere weggebruikers.